google-poetry-inouschka-nooijer-ongekunsteld

When glass questions porcelain; een heroverweging van (taal)gebruik

Het gezegde ‘dat slaat als een tang op een varken’ betekent zoiets als ‘dat slaat helemaal nergens op’. In het geval van deze titel slaat het gezegde, zogezegd, als een tang op een varken; dit stuk zal niet gaan over materiaal. Bovendien kan glas niet denken, laat staan een tegenpool bevragen. Op een vergezochte manier – dit stuk gaat immers over kunst dus een vergezochte titel slaat, wanneer je het zo bekijkt, wel degelijk als een tang op een varken – heeft de titel overeenkomsten met de inhoud van deze tekst: is (taal)gebruik binnen de kunst aan een heroverweging toe?

MISBRUIKTE WOORDEN

De titel van dit stuk ontstond op zo’n zelfde manier als ook heuse gedichten kunnen ontstaan op de browser van het internet, onder het pseudoniem Google Poetry. Een pseudoniem, want Google kan, net als glas of porselein, niet denken – laat staan dichten. Voor het dichten zal direct of indirect een mens verantwoordelijk zijn die het publieke leven schuwt en bovendien snugger genoeg is om te beseffen dat ‘de mythe van de machine’ het goed zou moeten doen in de 21ste eeuw. Wie zal zich bekommeren om ‘de mens achter de zin’ wanneer dat ook een machine kan zijn?

Google Poetry is een virtueel fenomeen dat onmogelijk te verbinden woorden en begrippen met elkaar verbindt. Het rukt ze uit hun gebruikelijke context, husselt ze door elkaar en genereert zo nieuwe betekenissen die verrassend kunnen ontroeren. Of de gegenereerde zinnen als een tang op een varken slaan, blijft de vraag. De dichterlijke vrijheid laat zich gemakkelijk misbruiken.

Een analoge, ouderwetse variant op Google Poetry is het welbekende magneetbord dat de woorden when glass questions porcelain bij elkaar bracht. Het had in feite alles kunnen zijn. Met klevende woordbordjes worden zinnen geformuleerd en de verveelde student is verzekerd van een toiletactiviteit. Het verschil tussen Google Poetry en het magneetbord is dat je de woorden in dat laatste geval zelf samenbrengt. Bovendien is de uitkomst meestal minder ontroerend van karakter: woorden die met seks en andere gekkigheden te maken hebben, worden uit hun context gerukt, door elkaar gehusseld en van een nieuwe, jolige betekenis voorzien. My yellow chair had sex with my teacher’s purple shoe. De dichterlijke vrijheid laat zich hier zelfs letterlijk misbruiken.

ALS EEN TANG OP EEN VARKEN

Of de nieuwe zinnen ‘ergens op slaan’ blijft de vraag, maar misschien een onbelangrijke. De mogelijkheid tot een vrijere benadering van begrippen werd op zijn minst geboden, waar die muurvast kan zitten. Misschien kreeg diezelfde student op de wc een joint in plaats van een magneetbord voorgeschoteld. In dat geval neem ik mijn woorden terug.

Kunst kan, net als Google Poetry, het magneetbord of de joint een associatief karakter hebben. Het geven van een nieuwe betekenis of het verruimen of bevragen van een vanzelfsprekendheid of een begrip dat daarbuiten vastomlijnd lijkt, vormt binnen de kunst geen uitzondering op de regel.

MISBRUIKTE WC

In de introductie van dit stuk tekst werd het schijnbaar vergezochte karakter van de kunst te kijk gezet. Een wc-pot in een wit museum wordt kunst omdat de kunstenaar dat zo vindt, net zoals een zin die nergens op slaat tot poëzie verheven kan worden. Marcel Duchamp, de grondlegger van de conceptuele kunst, dwong met behulp van zijn inmiddels iconisch geworden wc-pot in een museale omgeving (Fontaine, 1914) de toeschouwer na te denken welke factoren ‘iets’ tot een kunstwerk maken. De kunst bevraagt vanzelfsprekendheden of begrippen die met zichzelf niet direct iets te maken hebben. Duchamp draaide dat om en trok dit onderzoek ‘naar binnen’. Wat betekent kunst, wanneer een alledaags object gecombineerd met een minder alledaagse omgeving onder die noemer valt?

Het leveren van kritiek op de wereld waar Duchamp deel van uitmaakte, slaat deels spijkers met koppen, maar dekt niet de volledige lading. Zijn werk is geen afkeuring, zoals De Dikke Van Dale het begrip ‘kritiek’ omschrijft, maar een opmerking. Laten we bij deze ‘kritiek’ vervangen door ‘kanttekening’; een vragend in plaats van een afkeurend begrip.

(ON)ZEKERE KUNST

De wc van Duchamp is een schoolvoorbeeld van kunst die kanttekeningen plaatst bij zichzelf, bij zijn eigen voorwaarden. Voor deze manier van werken legde hij een recalcitrante basis in 1914, en deze werkvorm lijkt nu op te leven als nooit tevoren. Er wordt fotografie gemaakt over fotografie, schilderkunst over schilderkunst, film over film en het museum is niet slechts de drager van verhalen, ideeën en gedachten maar zelf een verhaal, idee of gedachte. Alles duidt op een tendens van kunst met een verhoogd zelfbewustzijn; ik hoop dat ze er niet onzeker van wordt.

MISBRUIKTE WOORDEN, OPGELEZEN DOOR EEN PAPEGAAI IN SLOW MOTION

De Nederlandse kunstenaar Tim Hollander richt zich op dit laatste onderzoek. Hij bekijkt, merkt op en heroverweegt het reilen en zeilen van het museum als ‘instituut’ en verplaatst zich daarbij in ‘ons’, de toeschouwer, alsook in ‘het museum’, de plek. In zijn geval resulteert dat in een puntsgewijze beschrijving, ontleding haast, van zowel de inrichting als de vanzelfsprekendheid van het daar gebezigde taalgebruik. Woorden als ‘installatie’, ‘context’, ‘institutionele kritiek’, ‘sculptuur’. Hun nonchalance maakt hen intimiderend. De manier waarop ze te pas en te onpas gebruikt worden al helemaal.De voetnoten waarmee Arnon Grunberg dagelijks de Volkskrant lezende Nederlander van een minderwaardigheidscomplex voorziet, kennen zo’n zelfde werking: ‘Het zal wel aan mij liggen’, is wat je denkt maar niet uitspreekt.

In zijn werk zet Hollander deze verhulde onbegrijpelijkheid in. Hoewel hij dankbaar gebruikmaakt van de manier waarop wordt omgegaan met woorden als die hierboven, lijkt hij niet uit op herdefiniëring. Bovendien vindt hij ons niet dom wanneer hij een tekst geschreven voor zijn tentoonstelling Conceptual Soup (2016) eindigt met Is that clay? If it has clay, it is a sculpture, right?, maar hij ontdoet het woord juist van zijn pretentie. Hij vraagt ons: Wat is een sculptuur nu eigenlijk? Net zoals Duchamp ons vroeg: Wat is kunst? Een homp klei binnen de context van het museum is een sculptuur, terwijl hij op de boerderij als compost door het leven gaat. Over betekenisverschuiving gesproken. Ontneem ik je nu de kans zelf na te denken?

LEGE WOORDEN

In Display With Empty Words (2014) gaat hij nog een stap verder en verzet hij zich letterlijker tegen die ‘lege woorden’ waarvan niemand de betekenis lijkt te kennen. In een toelichting van dat werk op zijn website schrijft hij:

..Two books, a cassette tape and a folder have been placed inside the display which has then been shut off by a piece of glass. Whether the items inside live up to their rather pretentious titles (‘Every possibly interesting quote by all important, very important and less important philosophers ever’, ‘What do you mean? Reflections on space, time, art, image, sound and whatever else one can reflect upon’ and ’99 essential lessons in art history – narrated by a parrot in slow motion’) remains unclear. The work imitates the way books and essays are used in non-accessible ways and philosophers are name-dropped within exhibitions, often to spice up an exhibition text or to suggest sudden relations which either aren’t there or don’t really matter.

Net zoals dichterlijke woorden laten ook de woorden in het museum zich gemakkelijk misbruiken. Ze zijn van de grootse, meeslependste soort en de gebruiker is snugger genoeg om te beseffen dat ‘de mythe van de intellectuele kunstenaar’ het nog altijd goed doet in de 21ste eeuw. Wie zal zich bekommeren om de vraag of de woorden wel of niet als een tang op een varken slaan, wanneer dat bekommeren gelijkstaat aan ‘het niet snappen’?

Hollander doet een poging deze inflatie van woorden te voorkomen en in zijn werk lees ik: Er moet onderscheid blijven tussen zin en onzin. Desondanks schuwt hij de onzin zelf niet in zijn werkwijze, ligt het gevaar van ‘onder-onsjes kunst’ ook bij hem op de loer. Alleen zij die bekend zijn met dit specifieke taalgebruik zullen moeten lachen om een zin als Is that clay? If it has clay, it is a sculpture, right?

EEN KANTTEKENING

De wereld waar hij deel van uitmaakt, acht hij bespreking middels kunst waardig, en dat duidt op bewondering. Die bewondering is niet onvoorwaardelijk. Zijn werk getuigt net zo goed van een wantrouwende blik. De gevreesde dooddoener. Zo zit het dus, als een gedachte die het museum zou moeten schuwen. Het verjaagt welke vorm van associatie of interpretatie dan ook uit het hoofd van de toeschouwer.

Een ander probleem in het geval Tim Hollander als ‘Kanttekenaar van het Museum en zijn Begrippen’ is of we nog wel kunnen spreken van een kanttekening. Fotografie, film, schilderkunst of andere uitingen die kanttekeningen plaatsen bij zichzelf laten die kanttekening vaak onderdeel zijn van een geheel.

In De Bomen-Volksnoise plaatste Sander van der Eijk op subtiele wijze kanttekeningen bij het medium waar hij gebruik van maakte, maar nog steeds ging de documentaire over muzikant Eli. De kanttekening als bijschrift, maar kleiner en dienstbaar, zoals gebruikelijk. Hoewel in deze interpretatie vooral wordt uitgegaan van kwantiteit of omvang ten opzichte van het ‘eigenlijke werk’, is die hiërarchie bij Tim Hollander opgeheven. Zijn werk is de kanttekening en de kanttekening is zijn werk. Een logische wedervraag luidt: Verdwijnt de kunst zelf niet uit beeld wanneer kunst alleen nog maar om kunst draait?

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.