goudvissen-theater-lara-arnoldus-ongekunsteld

Theater moet altijd hetzelfde zijn

Stel: je leent je favoriete boek uit aan je buurman en hij leest niet hetzelfde als jij; hij leest hoe het verhaal verdergaat. Of denk je eens in: een vriend gaat een week na jou naar het Van Gogh museum en jij vraagt naderhand: ‘Mooi, hè, de Aardappeleters’, en hij antwoordt doodleuk: ‘Ze zaten al aan het dessert’. Dat zou toch bizar zijn? Kunst hoort altijd hetzelfde te zijn. Zo ook met theater. Ook een voorstelling moet altijd hetzelfde zijn.

Aan het begin van zijn voorstelling ‘Micha Wertheim voor de zoveelste keer’ plaatst cabaretier Micha Wertheim gelijk een kanttekening: het was nog niet gecommuniceerd met zijn publiek, maar deze voorstelling heeft geen einde. Onder in beeld zien we de tekst ‘Vanwege het oneindige karakter van deze uitzending komt alle programmering tot in lengte van dagen te vervallen’. De toon is gezet. Het onderscheid tussen voorstelling en buitenwereld, fictie en werkelijkheid en vorm en inhoud wordt opengebroken. Van meet af aan dienen we alles wat in het theater wordt gezegd in het eeuwigheidperspectief te zien.

spinoza en nietzsche

‘Het eeuwige’ is bij uitstek een filosofische term. Spinoza sprak over de wereld bezien sub specie aeternitas, in het licht der eeuwigheid. Vanuit dat perspectief wordt de ware, goddelijke aard van de werkelijkheid inzichtelijk. En voor Nietzsche was de Eeuwige Wederkeer van het gelijke, het idee dat je het leven in al z’n verrukking en afschuwelijkheid oneindig maal van begin tot eind leeft, een van de belangrijkste ideeën. Het zijn allebei concepties die, op een totaal verschillende manier, juist in het eeuwigheidperspectief de nadruk leggen op het alledaagse. Het heilige bestaat niet naast of boven onze werkelijkheid, het ís het huidige leven, het hier en nu.

Wertheim trekt de oneindigheid het theater binnen. Juist in het theater zouden we de Eeuwige Wederkeer van het gelijke moeten willen, zo beargumenteert hij. ‘Als je verandering wilt, moet je maar naar buiten gaan. Dat is zo’n beetje de definitie van het leven, dat het constant verandert.’ In de kunst in het algemeen en in het theater in het bijzonder vinden we een soort oneindigheid die contrasteert met de vergankelijkheid daarbuiten.

hetzelfde, maar dan anders

Hoe ziet dat er dan uit, cabaret met een oneindig karakter? In ieder geval anders dan hoe de meesten het doen. Vaak zie je volgens Wertheim binnen het cabaret een vaste formule. Men neemt een recente ontwikkeling, bijvoorbeeld de nieuwste mobiele telefoon of Facebook, in ieder geval bij voorkeur iets waarmee twee derde van de aanwezigen nog niet echt bekend is. Vervolgens roept men daarover: ‘Dat is stom, dat is stom, dat is stom.’ Je trekt er een gekke kop bij en voilà: succes gegarandeerd. Joep van ’t Hek is nooit ver weg. Wertheim concludeert meedogenloos over zijn impliciete kritiek op zijn collega’s: ‘Reactionair vak eigenlijk, cabaretier.’

Een oneindige voorstelling kan evenmin bestaan uit een pleidooi tegen onrecht. In hoeverre is dat nu verheffend? Iedereen is tegen onrecht, daarom noemen we het ook onrecht. ‘Lekker makkelijk om tegen onrecht te zijn.’ Theater en kunst zijn er niet in de eerste plaats voor het uiten van bezorgdheid over de wereld

Nee, de werkelijk heilige graal, de Eeuwige Wederkeer in het cabaret, zou zijn dat je tweemaal precies hetzelfde meemaakt, maar dat het toch volstrekt anders aanvoelt. Is dat niet precies wat we doen als we een foto nemen op vakantie? We kijken naar iets bijzonders, leggen het digitaal vast, kijken naar de foto en zeggen: ‘Wij waren daar!’ Exact het gelijke, maar dan totaal anders. Wertheim speelt het laatste kwartier, het kwartier waarin hij deze gedachtes uitlegt, tweemaal achtereen. Precies hetzelfde. En toch is de tweede keer volstrekt anders. Wertheims uitbeelding van Nietzsches doctrine.

duale kritiek

Door middel van het metacabaret, maar ook op directere wijze neemt Wertheim zichzelf en de functie die hij vervult op de korrel. Hierbij is het bijzonder dat ín deze zelfkritiek ook een kritiek richting het publiek verpakt zit. In een anekdote over een duur overhemd dat €190 kost, zegt hij: ‘190 euro is veel natuurlijk, althans, voor jullie. Niet voor mij. […] 190 euro, hoeveel is dat nu eigenlijk, hoeveel stoelen? Dat is nog niet eens een rij!’ De aanwezigen lachen en klappen, maar met elke klap en met elk lachsalvo klapt en lacht het publiek ook om zichzelf. Zij zijn namelijk degenen die geld neerleggen voor deze man, het is dankzij hen dat zijn opmerking ergens op slaat en dankzij hen kan deze grap überhaupt een grap zijn.

Neem een andere passage waarin het over geld gaat. Het enige risico van geld uitgeven is dat je uiteindelijk geen geld meer overhebt, aldus Wertheim. Je moet daarom altijd zorgen dat je net iets meer hebt dan de mensen om je heen. Hoe je dat doet? Door iets te verkopen waar je zelf toch te veel van hebt. Wat is dat in het geval van Micha zelf? Gedachtes. ‘Daarom verkoop ik nu gedachtes aan mensen die zelf geen gedachtes hebben’, en hij wijst naar de zaal, het decor, het theater. Wederom lacht het publiek en opnieuw dwingt hij met deze slinksheid alle aanwezigen tot een zelfkritiek.

Met de opmerkingen bij zijn eigen vakgebied plaatst hij ook gelijk kanttekeningen bij het gedrag van de bezoeker. Zowel Wertheims humor als zijn engagement liggen in de kanttekeningen besloten.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.