SlowMoFukker-ongekunsteld

Live verslag: zo voelt de bezoeker van Art Rotterdam zich

Het begint saai en gezapig, zoals je kunt verwachten van een door een Amsterdamse organisatie gearrangeerde kunstbeurs waar zoveel parallelle beurzen en tentoonstellingen voor zijn op- en afgepopt de laatste jaren. De toon is gezet, maar die toon wordt gelukkig al snel weer onderuit gehaald door de levensgrote My Little Pony van TINKEBELL, de platte maar rake teksten van Cary Leibowitz en het middelvingerwerk van Arte Colder.

Bij Prospects & Concepts, een sectie van het Mondriaan Fonds waarin jonge en experimentele kunstenaars werden vertegenwoordigd, is de stemming feestelijk en ook van de kunstwerken spat de energie af. Lotte Reimann zette allerlei glimmende objecten met reflecties van naakte mensen op eBay en werd daarom verbannen van de website. Daar kun je om lachen en zelfs bij de gevestigde galeriehouders kan er een kuiltje in de wang vallen. Van de rare acties van Jan Hoek schrik je inmiddels niet meer: nu maakt ‘ie weer de meest foute profielfoto’s voor homoseksuele bejaarden. Een lust voor het leedvermaakorgaan.

Terug de lange gang door naar het meer officiële gedeelte – soms knettert er iets en dat is vast interactieve kunst. Je begint al moe te worden en vol te raken en kijkt op de plattegrond. Blijk je nog een stuk te kunnen uitvouwen. Je kijkt op. Het ziet zwart van de zwarte hoedjes en rood van de rode lippenstift op kunststudentenlipjes. Galeriehouders prijzen trots hun marktwaar aan.

Je betreedt de projectieruimte en staat steeds even stil. Staand films kijken is niet alles. Misschien is het iets voor aan het einde, een beetje uitrusten na al dat gesjok. Dan weer zo’n kunstgrap: een dweil die rechtop staat van Benjamin Bergmann. Praat je over kwaliteit, dan is originaliteit niet van belang. Het hoeft niet nieuw te zijn om goed te zijn, maar Bergmann vraagt wel veel compassie van de kijker.

Ineens loop je in een gek tussenstukje, een niemandsland want geen enkele galerie heeft er zijn uithangbord opgehangen. Een cameraman haalt zijn camera weg voor zijn oog om in een vastgeschroefde verrekijker te kijken. Je doet hetzelfde, omdat het toch rustig is hier. Je staat oog in oog met een wild beest met wit opgelichte ogen. Je kijkt terug en besluit dat dit het beste werk is van de hele beurs ook al heb je nog maar de helft gezien. Als het dan toch een markt is, dan mag je alle vertegenwoordigde kunstenaars benaderen als concurrenten van elkaar.

Het is veel. Je blik wordt steeds kritieklozer, maar ook onverschilliger. Bij Tatjana Pieters gaat iets kapot maar het was daarvoor al zo’n rommelig en abstract sculptuur dat je toch niet ziet dat er een deel ontbreekt dus je denkt laat maar gaan maar je omgeving huilt wel. In de projectieruimte kun je nog steeds niet zitten.

Je bent bijna niet meer tegen bestand tegen het jubelgegons. Fantastisch, ja fantastisch werk allemaal. Hans op de Beeck, Zbigniew Rogalski, Lieven Segers, Folke Janssen; één pot goed nat. Bijna smeet je tienduizend euro over de balk.

Maar dan kom je buiten, waar iedereen hun onder de jassen voorgedraaide joints tevoorschijn haalt. Er wordt diep geïnhaleerd want dat heb je net ook met kunst gedaan. Je blaast roze gouden houten geïmpregneerde verzadigde filosofische geluidsdichte organische metalen neonverlichte ingelijste rookpluimen uit en bent dientengevolge iets minder gaar.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.