paardenkop-leen-vandierendonck-ongekunsteld

Lachend naar het eind

Ik schrik wakker in een donkere kamer. Klam van het zweet, mijn nachthemd plakt aan mijn schouders. Waar ben ik? Ik word overvallen door een koude die door al mijn botten trekt en mijn hoofd gloeit van de koorts. Het ruikt naar urine en ik hoor geritsel. Mijn lege maag trekt samen in pogingen zich van zijn inhoud te ontdoen. Mijn gedachtegang is niet meer de mijne en loopt vast in een veelvoud aan gedachtespinsels. Plotseling wordt het stil in mijn hoofd. Het besef komt binnen: ik bevind me in een dodencel.

De horror en de werkelijkheid

Dit is het moment waarop menigeen wakker zou schrikken: einde nachtmerrie. In het nog geen dertig pagina’s tellende verhaal De Muur uit 1939, van de Franse filosoof en schrijver Jean-Paul Sarte, voltrekt zich een dergelijk nachtmerriescenario. Vanuit een contextloze situatie vallen we binnen in de gedachtewereld van de hoofdpersoon, genaamd Ibbieta. Hij krijgt in zijn cel te horen dat hij en zijn twee celgenoten de volgende morgen, zonder enige vorm van rechtspraak, gefusilleerd zullen worden. Een snelle Google-zoekopdracht brengt mij naar de website van Amnesty International; daar lees ik dat er ruim zestienhonderd mensen per jaar sterven als gevolg van een executie. Maakt dit gegeven het verhaal eigenlijk niet nog huiveringwekkender? De werkelijkheid is vaak veel gruwelijker dan onze ziekste fantasieën.

HET PURE AANSCHOUWEN

Wat direct opvalt, is de kalmte die zich van Ibbieta meester maakt wanneer het vonnis hem wordt voorgelegd. In plaats van blinde paniek te ervaren lijkt hij veeleer in een staat van observatie te geraken. Hij observeert zijn beide medegevangenen, die door angst zijn gegrepen, en minacht hen om hun existentiële lafheid. Hij observeert de dokter die hen die nacht zal bijstaan; hij minacht hem vanwege het feit dat hij zelfs deze halfdoden nog zo huichelachtig weet te benaderen. En hij observeert zijn eigen lichaam. Het lichaam dat steeds minder als het zijne aanvoelt:

Ik zag met zijn ogen, ik hoorde met zijn oren, maar mijn lichaam dat was ikzelf niet meer; het zweette en trilde helemaal vanzelf en het was mij totaal vreemd geworden. Ik moest het bevoelen en bekijken, om te weten hoe het er mee stond, alsof het het lichaam van een ander was.

In deze staat van observatie is Ibbieta ontdaan van welke vorm van empathie of welk gevoel van verbondenheid ook. Hij voelt zich niet verbonden met zijn lotgenoten in dezelfde cel en hij kan zich niet bekommeren om zijn geliefde, die nu zonder hem verder moet. Hij kan zich niet eens meer bekommeren om zijn eigen levensverhaal:

Ik had mijn tijd doorgebracht met wissels op de eeuwigheid te trekken, ik had er niets van begrepen. Ik betreurde ook niets (…) de dood had alles kleurloos gemaakt.

Ibbieta geraakt in een staat van pure onverschilligheid. Zijn volle besef dood te gaan maakt het leven zelf willekeurig. Hij wenst leven noch dood. Misschien maakt dit het werk wel zo beklemmend. Ibbieta is geen mens meer; er is geen vonkje eros in hem te bespeuren. Maar tegelijkertijd is Ibbieta meer mens dan hij ooit geweest is: hij weet ten volle wat leven en wat dood is.

DE DOOD LACHEND IN DE OGEN KIJKEN

Wanneer deze transcendente onverschilligheid zich meester heeft gemaakt van Ibbieta, doet iets vreemds zijn intrede: humor. In de laksheid tegenover zijn eigen existentie kan hij lachen om de situatie waarin hij zit, zo enkele uren voor zijn executie. Hij kijkt met een vreemdsoortige spot naar zijn bewakers, lacht om hun naïviteit, om hun inspanningen over zinloze zaken. Het bizarre aan het verhaal is dan ook dat de hoofdpersoon zich vrijer voelt dan ooit, terwijl hij zich bevindt in de meest onvrije situatie denkbaar. Hij is ontdaan van het juk van de zorg van alledag, ontdaan van de angst voor het oordeel van anderen, ontdaan van zijn eigen levensdrang en daarmee ontdaan van de noodzaak zijn leven serieus te nemen. En juist op het moment dat Ibbieta de ironie van het leven in zijn geheel bevat, krijgt het verhaal een absurde wending.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.