russian-circles-herman-delft-ongekunsteld

Koning van de concertzaal

Vanuit het donker doemt een kasteel op in de vorm van een drumstel, van onder beschenen door een gouden licht. De lange haren van de drummer wapperen in de wind. Hemelsblauwe lichtstralen landen op hem. Hij is door God gekozen om over ons te heersen. Dave Turncrantz, drummer van Russian Circles, is de koning die op ons neerkijkt. Wij joelen en buigen voor hem; wij, het volk in de vorm van het publiek.

Russian circles

Russian Circles maakt postrock met een metalgeluid. Er zitten heel kalme stukken in die doen denken aan Explosions in the Sky (bijvoorbeeld in het nummer Micah), die door het uitgebreide scala aan melodieën en texturen geen tekst nodig hebben om een verhaal te vertellen. Er zijn dan ook geen microfoons om in te zingen. Wat Russian Circles onderscheidt van de meeste postrock – die zowel kalm als vol en complex kan zijn, net als metal – is de opbouw. Van het ene op het andere moment gaan ze van een breekbare melodie naar een muur van geluid. Zonder de muziek laagje voor laagje op te bouwen weten ze in elk nummer een spanning te creëren die moeilijk te verklaren is. De koning weet precies wat hij doet en bespeelt ons met zijn grillen.

De zachte melodieën verleiden ons en maken ons nieuwsgierig, maar het zijn de ritmes waardoor we werkelijk gegrepen worden. Ze zijn complex en indringend, ze vormen de fundering van de nummers maar hakken er ook doorheen. Niet voor niets staat de drummer in de schijnwerpers. De stroboscoop licht hem er op precies de goede momenten uit en zijn stokjes veroorzaken soms zelfs met elke tik een lichtstraal. De melodie sluit naadloos aan bij het ritme, zoals het licht op het geluid, maar blijft er overduidelijk de slaaf van. Zo zijn de gitaristen de onderdanen van de koning die letterlijk een treetje lager staan.

Het voorteken

Tijdens de eerste nummers begin ik een patroon te herkennen in de ritmes. Zo is in het tweede deel van 309 te horen dat, hoe het ritme ook loopt, er altijd een tik op de laatste tel van de maat klinkt en de aandacht trekt. Hetzelfde gebeurt bij het (niet uitgebrachte) nummer Afrika, waarin nog duidelijker wordt dat elk ritme een opbouw naar de laatste tik vormt. Dan zie ik voor me wat er gebeurt: stenen vallen van het kasteel naar beneden. Het ritme beschrijft hun pad langs de muren en de laatste tik is hun onvermijdelijke klap op de aarde. Er is iets mis met dit kasteel, of met deze koning. Maar hoe gevaarlijker de muziek klinkt, des te meer fascineert hij het publiek.

De strijd

Dan begint Harper Lewis, met een nerveus, opzwepend ritme waaraan niet te voelen is waar het precies heen zal gaan. De bas omlijnt het ritme zo mysterieus en hypnotiserend dat we wel moeten blijven luisteren en lichtjes onze hoofden meebewegen met de muziek, wachtend op dat wat boven onze hoofden hangt. Dan wordt het duidelijk: de marsmuziek dondert over ons heen en dwingt ons strijdvaardig te zijn. De koning heeft gesproken: er zal gevochten worden.

Het is alsof ik vanaf dat moment alleen nog maar geleid word door de muziek. Ik weet niet meer welke nummers we precies hebben gehoord, of wat ik ondertussen heb gedaan. Wel dat ik me plots bevind aan het eind van het nummer Youngblood. Ik kijk om me heen en zie het publiek dansen in waanzinnigheid, onder een bloedrood licht dat ons allen doordrenkt. Er worden opvallend weinig moshpits gevormd, maar een intensere lichamelijkheid heb ik nooit eerder bij een concert gezien. De koning heeft ons gedreven tot oorlog, maar het is op een burgeroorlog uitgedraaid. De band verdwijnt en wij worden achtergelaten in ons eigen bloed, ons afvragend hoe het ooit zo ver heeft kunnen komen.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.