rushdie-satan-jip-steenis-ongekunsteld

Het boek van veranderingen: The Satanic Verses

The Satanic Verses, het boek van de fatwa; moslims die zich beledigd voelden, rellen, doden, brandbommen in boekwinkels, teruggeroepen ambassadeurs. Dat was allemaal in 1989, maar het blijkt nog steeds een relevant boek te zijn. Niet vanwege de protesten maar vanwege de inhoud, die nog staat als een huis.

Drie verhalen

Dit is een roman die óverloopt van de verhalen. Niet voor niets wordt er tweemaal verwezen naar de verhalen van duizend-en-één-nacht en zelfs naar het Katha-Sarit-Sagar compendium – ‘the Ocean of the Streams of Story, longer than the Arabian Nights and equally fantasticated’. Al die verhalen zijn onderdeel van drie grote verhalen die de structuur van de roman bepalen.

Het belangrijkste verhaal is dat van Saladin Chamcha, die eigenlijk Salahuddin heet, en Djibriël Farishta, twee Indiase acteurs die in London verblijven. Dat klinkt heel rustigjes, maar zo is het boek niet. Het begint al holderdebolder met:

Voor je wordt geboren,’ zong Djibriel Farishta toen hij uit de hemel naar beneden tuimelde, ‘moet je eerst wel dood. Ho hi! En voor je valt op aardse boezem, redden vleugels uit de nood. Taka! Taka-boem! En wie glimlacht er, wie nooit een traan vergoot? En wie won er ooit een meisjeshart, vadertje, die eerst geen zucht ontschoot? Voor je wordt herboren, baba…’

Een redelijk absurd begin van een roman die er met de vertaling van deze passage overigens niet op vooruitgegaan is. In het Engels staat er ‘to be born again‘. Zo sijpelt er religieuze taal in dit lied en daarmee is de toon gezet. Er tuimelen twee mannen naar beneden nadat hun vliegtuig is opgeblazen door een stelletje gijzelnemers. En dan overleven ze het ook nog, iets wat de verteller normaal lijkt te vinden. Vervolgens vindt het grootste deel van de roman plaats in Londen, in buurten vol Aziatische emigranten.

Het tweede verhaal speelt in de tijd van het ontstaan van de islam. In de Arabische stad Jahilia zijn er veranderingen op komst. Men was gewoon om de godinnen te aanbidden en nu is daar Mahound, die goddelijke openbaringen ontvangt van de aartsengel Djibriel.

Het derde verhaal, dat bestaat uit een aantal dromen van Djibriel, gaat over een sektarische beweging in India. Een jonge vrouw, die overigens net als Mohammeds vrouw Aysha heet, weet een dorp in de ban krijgen van haar religieuze betovering. Ze zet een pelgrimage richting Mekka op touw waarbij ongeveer het hele dorp meetrekt in een soort Kruistocht in Spijkerbroek. Omgeven door een wonderlijke zwerm vlinders trekken ze richting de oceaan in de verwachting dat deze uiteen zal gaan, zodat ze er als Mozes en het volk Israël door kunnen trekken richting het Arabisch Schiereiland.

Duivelsverzen

Wat ik niet wist, is dat er los van deze roman sprake is van een traditie binnen de islam die spreekt van ‘Satanic Verses’. Soera 53 ging ongeveer zo: ‘Have you heard of al-Lat and al-Uzza and al-Manat, the third, the other one? They are exalted birds, and their intercession is greatly to be deserved.’ Deze Soera is hersteld en ontdaan van deze half-goddelijke dames. Dat gegeven is opgepikt door Salman Rushdie en vormde een deel van de moeite die men in de islamitische wereld had met deze roman. Dit citaat overigens komt uit Joseph Anton, een autobiografisch werk (a memoir) van Rushdie uit 2012. In dit boek gaat het uitgebreid over de totstandkoming van de roman, de eerste receptie, de tegenstand en de afkondiging van de fatwa, met alle gevolgen van dien.

In het Londense verhaal duiken er opeens ook ‘Satanic Verses’ op. Chamcha is zo jaloers op Djibriel dat hij met zijn reputatie van the man of a thousend voices naar het appartement van Djibriel en zijn vriendin Allelujah Cone gaat bellen. Hij belt steeds met een andere stem en vaak met een wisselend stalkerig versje.

Roses are red, violets are blue
Sugar never tasted sweet as you

Alsof een enorme club mannen de meest intieme dingen van haar weet… He [Djibriel] started slipping away from her; and then it was time for the return of the little, satanic verses that made him mad.

Verandering en migratie

In de roman zitten allerlei personen, en zeker Djibriel en Chamcha, tussen de Engelse en de Indiase cultuur in. Ze verkeren in een staat van transitie en horen bij een soort Londense migrantensubcultuur. Als ze in India zijn, horen ze er niet meteen weer bij; tegelijkertijd zijn ze in Londen ook niet echt thuis.

In het verhaal van Aysha hebben we met de cultuurverschillen tussen een dorp en de stad te maken. De pelgrimage naar de zee was in het dorp van start gegaan en aannemelijk geweest. Eenmaal in de stad aangekomen, blijkt het in de ogen van de mensen daar een heel zonderling gezelschap te zijn; in die stad zijn allang heel andere waarden en gebruiken aan de orde.

In Joseph Anton wijst Rushdie erop dat hij met de naam Chamcha de herinnering wilde oproepen aan Kafka’s Gregor Samsa, hoofdpersoon van Die Verwandlung.

‘Als Gregor Samsa eines Morgens aus unruhigen Träumen erwachte, fand er sich in seinem Bett zu einem ungeheueren Ungeziefer verwandelt.’

Chamcha verandert niet in een enorme kever, maar hij verandert als hij eenmaal in Engeland is aangekomen gaandeweg in een bok. Hij krijgt horens, haren en hoeven en wordt zo een soort duivel. Dit wordt net als de val uit het vliegtuig als volstrekt aannemelijk beschreven. Eigenlijk wisten we al dat er iets stond te gebeuren. Maar Djibrielsaladin Farisjtachamcha, de twee die waren veroordeeld tot deze eindeloze maar toch ook weer eindigende engelenduivels-val, hadden om welke reden dan ook geen idee van het moment waarop hun transmutatie inzette. Nu eerst terug naar dat andere belangrijke thema van dit boek, de godsdienst.

Openbaring en religie

Voor religieuze taal en verwijzingen hoef je in dit boek niet uitbundig te bladeren. In het Londense verhaal lijken Djibriel en Chamcha een soort engel/duivel personificaties te zijn. Het opgeblazen vliegtuig heette overigens ‘Bostan’, een Koranverwijzing naar een tuin in het paradijs. Met wat fantasie kun je spreken van gevallen engelen waarvan er één de gedaante van een duivel aanneemt. Djibriel lijkt meer een engel. Of was hij alleen maar zo gek als een deur?

In het Arabische verhaal gaat het over de oorsprong van de islam – een woord dat overigens heel weinig voorkomt in deze hoofdstukken – over de openbaring van heilige teksten, iets wat in boek-godsdiensten essentieel is; het blijkt mensenwerk te zijn.

In het Aysha-verhaal gaat het om de bewoners van een dorp die gegrepen worden door het streven naar puurheid en religieuze zuiverheid, iets waarin die wonderlijke jonge vrouw hen inspirerend voorgaat. Uiteindelijk komt de groep bij zee in de verwachting dat ze door de zee richting Mekka kunnen trekken. Ze verdrinken. Tenminste, dat is de conclusie van de ongelovige omstanders en de lezer. Er zijn echter geen lijken gevonden en wel wonderlijke getuigenissen gehoord…

De openbaring blijkt mensenwerk en voor een charismatisch-islamitische beweging lijkt eigenlijk geen ruimte meer te zijn in India. Voor Chamcha en Djibriel lijken de zekerheden van de eigen Indiase cultuur wankel te zijn geworden. Voor de blanke Britten lijkt de Britse cultuur ook geen vaststaand gegeven te zijn, voeg ik hieraan toe, in het besef dat deze zin meer wordt ingegeven door de actualiteit en de betekenis ervan in het boek slechts vaag en impliciet aanwezig is.

Ineens is het een boek dat ook iets te zeggen lijkt te hebben over onze tijd. Onzekerheden, migratie, verandering. In het huidige vluchtelingendebat lijkt het vooral de bedoeling om al die vluchtelingen hier weg te houden. Dat lijkt me niet haalbaar. Er zullen nog heel veel vluchtelingen hierheen komen en daarna nog meer. En dan wordt er gezegd dat we onze cultuur koste wat kost moeten behouden en verdedigen. Cultuur? De effectieve definitie van Peter Sellers: de context waarin we leven. Die is dus constant aan verandering onderhevig, of er nu meer migranten komen of niet.

Terug naar Rushdie, die na de publicatie van The Satanic Verses een heel andere discussie zag ontstaan. Natuurlijk ging het na de fatwa – een woord dat zonder deze affaire nooit zo snel was ingeburgerd in de westerse cultuur – niet over godsdienst, migranten en verandering, maar over de vrijheid van meningsuiting. Het is dat andere boek, Joseph Anton, dat nu juist een krachtig pleidooi vormt voor die vrijheid van meningsuiting. Eigenaardig eigenlijk. Je leest een roman met een paar belangwekkende thema’s en dan komt er als gevolg van de reacties op die roman een ander thema naar voren, waarvan je zou denken dat het ook uit die roman komt.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.