zwarte-schaap-kanttekening-naranja-ongekunsteld

En Khajag?

De kanttekening wordt vaak gezien als iets kleins. Ze is er wel, maar we kunnen haar beter even buiten beschouwing laten – aan de kant zetten – vanwege de geloofwaardigheid van ons bevlogen en absolute verhaal. Als we haar al gebruiken, dan is het om aan te tonen dat we op de hoogte zijn van een contrasterend geluid. Dat geluid doet er dan alleen niet toe. Onverstoord stormen we door. Het is zoiets als het kortstondig vermelden van ANOHNI’s laatste album, Hopelessness, tijdens een pleidooi over het voorspelbare karakter van zowel de popmuziek als de immer weeïg geëngageerde kunst. Het is zoiets als het vrijstellen van Khajag, je vriendelijke flatgenoot, tijdens een pleidooi over al die agressieve en vervelende buitenlanders.

 Daar staan we dan. Vier hoog. Op een gedeeld dakterras van een studentenhuis in Oude Westen. Ik hang er wat lamlendig bij. Door een griepje heb ik de afgelopen dagen veel van mijn eigen plafond gezien. Om het huis te ontvluchten ben ik op deze warme avond op bezoek bij vrienden. We zijn door andere inwonenden uitgenodigd voor een barbecue – en op die barbecue ben jij. In tegenstelling tot mijzelf ben je erg actief. Bezeten zwaai je met een tang, gelijk een dirigent met zijn dirigeerstok. Alles aan je straalt een gespannen energie uit. Steevast draai je – tussen het dirigeren door – de worstjes, burgers en stukken aubergine om. Die laatste zijn volgens jou voor de konijnen.

 Wanneer ik vraag hoe het met je is, breekt de storm los. Je vertelt dat je kleine zusje van dertien vandaag voor het eerst op straat is lastiggevallen. Ze heeft het je zojuist geappt. ‘Hoertje’ noemden ze haar; met de vraag of ze mee naar huis ging. Zomaar. Tussen de mensen. Vlak voor een Dirk van de Broek. Het waren deze keer jongens van Marokkaanse komaf. Het is duidelijk dat het je niet onberoerd laat. Ik knabbel op een stuk aubergine en luister naar je eenzijdige tirade. Over buitenlanders. Over normen en waarden. De rest van het gezelschap lijkt er niets van mee te krijgen. Zij hebben het over andere dingen. Ik wil dat ook graag. Ik ken je helemaal niet. Ik wil gewoon chillen. Laat mij rustig een konijn zijn.

 ‘En Khajag dan?’, vraagt je vriend opeens plagend, terwijl hij de tang van je overneemt.

 Je kijkt hem aan alsof hij zojuist de meest loze vraag op aarde heeft gesteld. Je rechterhand zwiept nog wat rond, alsof je deze onverwachte valse noot uit de lucht probeert te slaan. Het lijkt niet te werken. Kordaat geef je antwoord.

 ‘Khajag is een goeie!’

 De kanttekening van je pleidooi. Je schudt de vraag van je schouders en frunnikt wat aan je T-shirt. Khajag is jullie flatgenoot. Ik sprak hem de vorige keer dat ik hier was. We belden bij hem aan omdat we een klopboor nodig hadden. Hij bleek een leuke kerel; rustig en gastvrij. We hebben best een tijd bij hem op balkon gezeten. Hij komt van origine uit Armenië, maar woont nu al een kleine zeven jaar in Rotterdam; eerst voor zijn studie – nu voor zijn werk. Hij gelooft in Jezus Christus. Die naam is medeverantwoordelijk voor de West-Europese normen en waarden waar je het net nog over had. Ik vermoed echter dat je andere associaties hebt bij de Armeense letters op zijn voordeur. Niet dat er niets valt aan te merken op de normen en waarden van onze J. C.… Weetje. Laat maar. Het zal allemaal wel. Wat heeft het nou voor zin om tegenover jou deze kanttekening te maken? Zo met mijn mond vol aubergine? In het ergste geval gooi ik alleen maar meer olie op het vuur. Ik ga de confrontatie uit de weg. Er is al genoeg wrijving rondom deze barbecue.

 Uiteindelijk bleek dat niemand nog iets hoefde te zeggen. De gedachte aan ‘Khajag de goeie’ brengt je aanzienlijk van je stuk. Je bekijkt je eigen kanttekening en komt tot bedaren. Langzaamaan verandert je houding van een gespannen Amazone naar die van Norma Jean; zoals Richard Avedon haar destijds wist te fotograferen. Je schouders hangen laag en je blik staat op oneindig. Afwezig deel je de worstjes uit. Uiteindelijk komt daar dan toch de conclusie:

 ‘Fuck it. Ik overdrijf. Ik ben een klojo. Ik was geschrokken. Ik ben te beschermend. Willen jullie nog wat drinken?’

HOPELESSNESS

Het pleidooi lijkt ten einde. Opgelucht begin ik uit het niets over ANOHNI’s laatste album: Hopelessness. Jij blijkt evengoed razend enthousiast over haar nieuwe materiaal. We zijn het erover eens dat de overstap van kamermuziek naar meer toegankelijke elektronica een onverwachtse, maar positieve stijlbreuk is. In Hopelessness horen we hoe vanuit wanhoop en onmacht het finaal destructieve boven al het andere wordt verkozen. Het is volgens ons een belangrijke stap richting bewuste en beladen popmuziek. Een popmuziek waarin massagraven, een gebrek aan privacy en een brandende aarde wel heel erg dichtbij komen. Beiden zijn we bewogen door de manier waarop er in de albumopener – Drone bomb me – wordt gezongen vanuit het perspectief van een klein meisje. Zij verlangt naar de dood; naar hetzelfde lot als haar familie, die zojuist is uitgemoord tijdens een drone-aanval. De single verscheen twee dagen nadat team Obama honderdvijftig Somaliërs door middel van een soortgelijke aanval van het leven beroofde. We noemen het ongelofelijk. We noemen het – vreemd genoeg – ‘life-affirming’. We voelen ons raar. Beiden vergeten we jouw tirade en zonder dat we het doorhebben, zijn we even stil.

WIE WIJ OOK ZIJN

De kanttekening is die andere stem. Zij komt tijdens ons absolute denken voorbij. En wanneer wij haar niet negeren maar aandachtig bekijken, laat de complexe werkelijkheid haar angstaanjagende gezicht zien. Heel even dachten we een veronderstelling in steen te kunnen houwen, maar door haar inmenging blijkt dit keer op keer niet het geval. Na haar confrontatie spoelen we het zure gevoel van naïviteit weg met zoete nuance. Relativering: de grote verlosser van het onmogelijk absolute en het absoluut onmogelijke. Schoorvoetend bekennen we schuld. ‘Ja, het is eigenlijk ook anders, het is ook complexer, maar dat deed er voor mijn gevoel – en voor mijn verhaal! – even niet toe.’

    De kanttekening lijkt onschuldig en klein, zo aan de zijlijn, maar zodra wij haar bekijken, geeft zij ons inzicht in een veel grotere wereld; een wereld die laat zien wie wij óók zijn. Zo laat jouw kanttekening over Khajag jou zien dat jij – naast een voor mij onbekende en bezorgde barbecuekoningin – iemand kunt zijn die zich op specifieke momenten inlaat met absoluut en populistisch gelul. En zo ben ik – naast iemand die de afgelopen dagen door zowel de griep als ANOHNI’s Hopelessness is gegrepen – op confronterende momenten weleens een lamlendige en zwijgende betweter. Eentje die eerder cynisch met zijn ogen rolt, dan dat hij zich bekommert om de schrik – en de daaruit volgende uitspraken – van een onbekende.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.