blokken-kunstwerken-athena-gronti-ongekunsteld

Bevrijd de kunstwerken!

Boeken staan vol voetnoten en verschijnen in verschillende versies. Bij beeldende kunst is vaak geen ruimte voor uitleg en moet de toeschouwer het zelf maar uitzoeken. Misschien moet er in musea wat ruimte gemaakt worden voor de kanttekening, in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Uiteindelijk zijn kunstenaars ook maar mensen, imperfecte wezens. Maar hoe ziet die kanttekening er dan uit?

In een eerdere column schreef ik over de vraag of kunst mag worden uitgelegd. Veel kunst lijkt met opzet onbegrijpelijk gemaakt te zijn en een toelichting wordt al snel gezien als een smet op het werk. Vaak wordt wel achtergrondinformatie gegeven over de maker van het werk en welke thema’s behandeld worden, maar wat heb je daar eigenlijk aan als je voor een abstract schilderij staat? Het lijkt me niet per definitie onmogelijk iets zinnigs aan een werk toe te voegen door de kijker te vertellen hoe hij zich moet verhouden tot het werk en mogelijke interpretaties aan te bieden. Maar welke vorm moeten dit soort kanttekeningen dan aannemen?

De voetnoot in het museum

De kanttekeningen die ik niet zie in musea zijn juist veelvuldig te vinden in boeken. In voetnoten kan de schrijver van alles kwijt, van verwijzingen naar andere literatuur tot toelichting over concepten die hij gebruikt en opmerkingen over zijn eigen tekst. Dit gebeurt niet alleen in wetenschappelijk werk, maar zelfs in literatuur, een vorm van kunst. Dan zouden we misschien een vorm kunnen vinden voor de kanttekening in beeldende kunst naar analogie met de vorm van de voetnoot in literatuur.

De meest letterlijke manier van het toepassen van de voetnoot in beeldende kunst zou zijn door kleine cijfertjes te plaatsen in het werk en onderaan achter elk cijfer een opmerking te schrijven. Meteen is duidelijk dat dit niet de manier is; dan zouden alle kunstwerken verstoord worden door cijfers. Dit laat zien waarom het überhaupt onlogisch is om te kiezen voor droge tekst als vorm voor de kanttekening. In boeken gebruikt men tekst in de voetnoten, maar bestaat het gehele werk uit tekst, waardoor de voetnoten er naadloos bij aansluiten. Als we de voetnoot van de literatuur in beeldende kunst willen gebruiken, zal die dus bij de vorm van het kunstwerk moeten aansluiten om het niet te verstoren.

Nu kun je je afvragen: worden de kanttekeningen als ze eenzelfde soort vorm hebben als het werk niet net zo onbegrijpelijk als het werk zelf? Ik denk niet dat een kanttekening bij een abstract schilderij zelf ook een abstract schilderij moet zijn (al kan het vast). Zo gaat dat eigenlijk ook niet bij de voetnoten in literatuur; die kunnen juist op een andere manier geschreven zijn dan de rest van het verhaal, om het verhaal zo aan te vullen. De kanttekening kan een heel andere vorm hebben dan het kunstwerk, maar moet er wel een eenheid mee vormen. Zo zie ik weleens dat kunstenaars hun beeldende kunst aanvullen met een tekst, maar dan is die tekst bijvoorbeeld een gedicht, geschreven in een bijzonder handschrift en in een kleur die aansluit bij het beeld.

Hoe vrij is de beeldende kunst?

Wat een groot verschil blijft tussen de kanttekening in de beeldende kunst en in de literatuur is dat er in de literatuur afspraken zijn over voetnoten, waardoor heel duidelijk is wat de hoofdtekst is en wat de kanttekeningen zijn. De beeldende kunst is juist vrij van dit soort conventies over vorm. Wanneer kunstenaars kanttekeningen gebruiken, wordt het dan ook de vraag waar het kunstwerk ophoudt en de kanttekeningen beginnen. Als de kanttekeningen in vorm bij het kunstwerk aansluiten, maken ze er dan niet deel van uit? En als een kanttekening deel is van het werk, kan er dan ook weer een kanttekening toegevoegd worden aan het gehele werk, inclusief de eerste kanttekening? Waar houdt het op? Is het kunstwerk dan nooit af?

In wezen zijn kanttekeningen inderdaad deel van het werk, maar dit is nu juist iets wat in de literatuur ook het geval is. Je zou een boek kunnen lezen zonder naar de voetnoten te kijken, maar je zou de voetnoten er ook bij kunnen lezen, waardoor ze deel van het verhaal worden. Het verhaal heeft niet één vorm, maar kan op verschillende manieren gelezen worden, afhankelijk van bijvoorbeeld de achtergrondkennis van de lezer. In de literatuur is het echter in elk geval nog duidelijk dat alle kanttekeningen die bij het werk horen in het boek staan. In de kunst zou je misschien een kanttekening in het schilderij zelf vinden, een sierlijk geschreven gedicht ernaast, dat er op een bepaalde manier ook wel deel van uitmaakt, met daarnaast een kaartje met een uitleg van het museum over hoe het werk te interpreteren. Zo loopt het kunstwerk over in de ‘gewone wereld’.

Wij mensen kunnen er alleen niet zo goed tegen als een kunstwerk geen duidelijke vorm heeft. Wij willen weten waar het werk begint en waar het ophoudt. Hoe vrij van conventies de beeldende kunst ook is, hij is niet zo vrij dat hij in net zo veel vormen mag bestaan als een verhaal. We raken in de war van het idee dat er niet een afgebakend, definitief kunstwerk is, misschien wel omdat we dan moeten toegeven dat er niet zoiets bestaat als perfectie in de kunst. Beeldende kunst voelt heilig. Het heilige is onveranderlijk, eeuwig en perfect. Het heilige is duidelijk afgebakend van de gewone wereld en dat moet het kunstwerk ook zijn. We houden het kunstwerk in de houdgreep, want we zijn bang voor wat het zou doen als het werkelijk vrij zou zijn. Misschien moeten we daar maar eens kanttekeningen bij plaatsen.

Ontvang onze nieuwsbrief

Ben je het oneens met de schrijver of heb je een interessante toevoeging?

Schrijf je artikel!

Wees niet bang:
Je wordt goed begeleid door de eindredactie. Bovendien krijgt je artikel een visuele prikkel van onze beeldredactie.