Zoals je voor huishoudelijk vernuft naar de huishoudbeurs kunt gaan, zo biedt Amsterdam RAI even graag ruimte voor kunst. De afgelopen dagen was een deel van het gebouw ingericht als beurs en te zien aan het grote aantal oranje stickertjes die op de naambordjes bij de kunstwerken hingen, werd er flink gekocht bij KunstRAI 2012. Dit alles met het broeierige geluid van de airco en een jazzmuziekje op de achtergrond.
Petje af voor het management
Over de opzet van de beurs kan ik kort zijn: die was goed. Het afgelopen jaar ben ik ook naar Art Rotterdam en Frieze Art Fair in Londen geweest. Beide beurzen waren een zooitje in vergelijking tot de KunstRAI. Hier was de ruimte overzichtelijk ingedeeld. Bovendien was de grootte perfect: er was genoeg werk te zien, maar niet teveel om buiten je concentratieboog te treden en cafeïne zelfs voor theedrinkers een must werd. Logischerwijs komt dit door het feit dat de beurs geen internationaal karakter had en daardoor gewoonweg minder galeries te vertegenwoordigen had. Nog een prettig verschijnsel was het spaarzame gebruik van hekjes of andere afbakeningen. Misschien werd dit wel expres gedaan om de potentiële koper geen afstand tot het werk te laten ervaren, zoals in een museum juist wel gebeurt.
Kom maar, muisje
Het viel me op dat veel galeries aan elkaar verwante trucs in huis hadden om de aandacht van de kijker te trekken. Ten eerste was er het donkere werk. Dit waren vaak foto’s of schilderijen die door de kleur sterk contrasteerden met de witte muren van een stand. Door de grootte werd zelfs de luie kijker van grote afstand al aangetrokken. Witzenhausen Gallery had niet alleen maar gebruik gemaakt van deze foefjes, maar deed niet anders. Over de drie muren liep een rechte lijn van grote foto’s en schilderijen. De aandacht was snel getrokken, maar juist voor de geïnteresseerde kijker bleef er niet veel te ontdekken meer over. Verder werden we door een klein aantal galeries gepaaid met snoepgoed en gratis kaarten.
Het inrichten van een stand op een beurs lijkt modegevoelig te zijn. Sinds een paar jaar zien we de trend van het schijnbaar willekeurig ophangen van foto’s of tekeningen aan een muur. Het heeft iets weg van de manier waarop in de Barok en Rococo de muren mudvol werden gehangen met schilderijen in opzichtige lijsten. Huis Marseille heeft hier nog steeds wel een handje van. Galerie Lutz deed dit met werk van Pietsjankje Fokkema, maar dan op een quasi onverschillige manier met ingecalculeerde slordigheidsfoutjes. Hier werd het nog extra versterkt door het werk zelf dat op haar beurt bestond uit losse tekeningen met kleine driedimensionale objecten die bij elkaar geplaatst werden.
Tieten, koppen en dieren
Het werk dat getoond werd, kenmerkte zich veelal door figuratie. Zoals de galeriehouder van Torch Gallery ventileerde: ‘Tieten, koppen en dieren, dat is wat verkoopt’. En dat is waar het op de beurs om te doen is. Je bent wel gek als je als galerie moeilijk en minder esthetisch werk gaat etaleren terwijl je ook werk hebt dat de doelgroep aanspreekt. Figuratie is goed herkenbaar en daardoor toegankelijk voor een groot publiek. Portretten doen het goed, zowel in de schilderkunst als in de fotografie. Pim Top bijvoorbeeld had grote zwart-witfoto’s gemaakt van mooie mensen. Een ietwat simpel recept naar mijn idee: men neme een naakte vrouw, een goede camera en een ervaren fotograaf. Dan schieten, zwart-wit maken en op enorm formaat afdrukken. Natuurlijk is dat mooi. Zelfs als we de ervaren fotograaf achterwege laten kan deze werkwijze nog slagen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van dieren. Als de ingrediënten al zo mooi zijn, hoe kan de uiteindelijke creatie dan nog mislukken?
Wat altijd terugkomt op de beurzen is de truc met het hoofd dat vervangen wordt door een dierenkop of ander object, het hoofd dat wordt verhuld, of dat helemaal wegvalt. ‘The Batman Family’ van Gérard Rancinan bij Galerie Fontana Fortuna is een lust voor het oog. Katja Mater doet het in ‘Human Colour Wheel Fig. 34b’, te zien bij Heden. In Galerie Helga Hofman zien we ’3x Druiven’ met vage mensfiguren van Michel van Overbeeke. Maxwell Snow windt er geen doekjes om en noemt zijn werk zelfs ’100 headless women’. Een grote strik zit voor het hoofd van het meisje dat is afgebeeld op ‘Poker Face’ van Janavi Mahimtura Folmsbee. SIT brandt in ‘Haiiro 7′ ook nog een stuk van het bovenlichaam weg en laat het hoofd opgaan in rook. In ander werk van hem wordt het hoofd vervangen door een berenkop. Dit maniertje zien we ook terug in etalages van winkels. Je zou zeggen dat we het nu dus wel kennen en toch werkt het altijd nog. Zo waren er meer effecten gebruikt die irritatie zouden kunnen oproepen maar in de praktijk gewoon geaccepteerd of zowaar bewonderd worden.
Nou was er ook nog wel wat anders te zien dan figuratie. Daarover hoorde ik een man tegen een vrouw zeggen: ‘Dit kan zo uit het begin van de vorige eeuw komen’. Gelijk had hij; er waren heel wat schilderijen te zien die nogal expressionistisch aandeden. Ook van het impressionisme konden we snoepen. Waarom het te zien is op een beurs voor hedendaagse kunst vraag ik me sterk af.
Kunst als amusement
Grappig werk is hip, kan ik wel stellen. Daarvoor wordt vaak gebruik gemaakt van speelgoedbeestjes of knuffels. Super A maakte drie keer een zwart-witfoto waarop ze in kleur diertjes schilderde. Het is bijna als een filmstill van een animatiefilm. In dezelfde stand van Galerie Majke Hüsstege was het werk van Ilse Vermeulen te zien. ‘The Indispensable’ had ook uit een speelgoedwinkel kunnen komen. De figuren die gebruikt zijn om de print ‘Cave, cave, dominus videt’ te maken evenzo.
Humor zien we ook in de foto’s van Olaf Mooij bij BuroRotterdam. Er ligt een stel hersenen op een auto en dat noemen we dan een ‘Braincar’. In het donker geven de hersenen licht. Handig!
In de spotlights
Dat Iris van Herpen een plek kreeg op de KunstRAI, zegt wel wat over haar werk. Je zou haar een modeontwerpster kunnen noemen, maar zij weet de grenzen van haar vakgebied op te rekken en tegelijk zeer sculpturale vormen neer te zetten. Er waren geen modellen, paspoppen of kleerhangers meer nodig. Ook een pluimpje voor Galerie Pien Rademakers, want in de ruimte was sprake van interactie tussen verschillende werken die te zien waren. De drie hangende sculpturen van Van Herpen werden op afstand aangevallen door een panter van Sebiha Demir, gemaakt van gouden kogelhulzen.
In tegenstelling tot het overgrote deel aan werk op deze kunstbeurs, was aan het werk ‘No Love’ van de in New York wonende Russische Slava Mogutin in één oogopslag te zien dat het meer was dan decoratie. Deze kunstenaar werd verplicht Rusland te verlaten nadat hij teksten had gepubliceerd die de staat als bedreigend ervoer. Behalve kunstenaar is hij ook schrijver. Hij laat met zijn fotografie onderdelen van de maatschappij zien die liever achter gesloten deuren en ramen worden gehouden. Het werk is eerlijk, confronterend en soms grof. Bijzonder dat hij toch zulke prachtige foto’s weet te maken dat het publiek stond te smullen van zijn werk.
Ook de Franse fotograaf Alain Delorme weet esthetiek en actualiteit zo te combineren dat het beeldend sterk genoeg is om te tonen op de KunstRAI. In de stand van Galerie Brandt waren foto’s te zien uit de serie ‘Totems’, gemaakt in Sjanghai. We zien een man op een fiets, frontaal. Op de fietskar erachter is een lading ingepakte cadeaus gestapeld die grenst aan het onmogelijke. In eerste instantie wekt dit de aandacht doordat bij de toeschouwer verwondering ontstaat. Ook kun je bij een eerste blik op het werk een glimlach niet onderdrukken. De serie bestaat uit talloze vergelijkbare kleurrijke foto’s met opeenstapelingen van alledaagse voorwerpen. Hij verwijst hiermee als het ware naar moderne totems van een samenleving die van zichzelf vervreemd raakt. Hij heeft kritiek op de maatschappij die slaaf is geworden van de zelfgecreëerde objecten, maar communiceert dit met een snufje humor. Hij laat de kijker op een speelse manier kennismaken met actuele onderwerpen en discussies.
Andere vernuften waren de gekke sculptuurtjes van Jeroen Kuster, de prachtige schilderijen van Line Gulsett, de tekeningen van Terry Thompson, de foto’s van Lisa Carletta en als klapper op de vuurpijl het schilderij ‘Google Lives’ van Jisan Ahn.
Let wel, de esthetiek stond op deze beurs voorop. Meer dan fijn om naar te kijken zijn de laatst genoemde kunstwerken niet. Wil je echt geprikkeld worden, spannend werk zien en aan het denken gezet worden, dan is de KunstRAI niet zo geschikt. Shoppen kan hier wel, mits je portemonnee dik genoeg is.
KunstRAI 2012 was te bezoeken van 30 mei t/m 3 juni.









