Oké, oké, ik geef het toe: ik ben jaloers op DeWolff. Strontjaloers zelfs. Net als de uit het zuiden des lands afkomstige jongens van DeWolff, bezat ook ik ooit de droom om muziek te maken die was geïnspireerd op muziek uit de sixties en seventies. Ik heb zelfs een paar jaar geprobeerd in een band te zitten, maar toen bleek dat in een band zitten niet alleen maar psychedelisch jammen in het donker betekende, haakte ik af. DeWolff jamt er ondertussen nog steeds vrolijk op los tijdens hun live-optredens, en geeft bovendien in hoog tempo nieuwe albums uit om hun aanwezigheid op de Nederlandse podia fris en fruitig te houden. De vierde telg in het muzikale spervuur dat DeWolffs uitdijende discografie is, heet DeWolff IV, maar hoe vernieuwend kan een nieuw album van een retro-band nou eigenlijk zijn?
DeWolff is retro
DeWolff maakt ouderwetse muziek. Toen ik DeWolff voor het eerst hoorde, riep hun sound meteen associaties op met bands uit het verleden. Hun tweede plaat, Strange Fruits and Undicsovered Plants, gaf me het sterke vermoeden dat de jongens van DeWolff naar The Doors hadden zitten luisteren alvorens ze hun plaat opnamen. De lijst van bands waaraan DeWolff muzikaal schatplichtig is kan zo nog wel even doorgaan, maar leidt wel tot één conclusie: DeWolff is retro. Op zich best verwonderlijk, vooral omdat de bandleden van DeWolff een gemiddelde leeftijd hebben van zo’n twintig jaar. Dat zowel DeWolff als hun publiek schijt hebben aan het gegeven dat ze eigenlijk ouwelullenmuziek aan het maken zijn, blijkt onder andere uit het feit dat ze in een volle Alpha-tent op jongerenfestival Lowlands hebben gestaan. Hun driekoppige mix van ronkend Hammond-orgel, bluesy gitaar plus zang en strakke drums valt blijkbaar ook bij jongere generaties in de smaak.
Goed afgewerkte plaat
Wat opvalt bij het luisteren naar DeWolff IV is dat het album heel gelikt klinkt. De zang is net iets geraffineerder, de gitaar net iets dynamischer, het orgel net iets voller dan op eerdere albums. Een enkeling zal opmerken dat bij DeWolff IV de rauwe sound van eerdere albums wat is verdwenen, maar persoonlijk zie ik deze shift in muzikale richting als iets positiefs. DeWolff IV is minder The Doors en meer Pink Floyd, zeker dankzij de aanwezigheid van A Mind Slip, een twintig minuten durend muzikaal epos. Want hoe hard je ook kan blijven beweren dat DeWolff een eigen sound heeft, altijd zal je terug blijven komen bij de bands waarbij DeWolff overduidelijk de mosterd heeft gehaald. Gelukkig drukt dit sentiment de luisterpret niet, en is DeWolff IV een zeer degelijke plaat geworden.
De plaat opent sterk en catchy met Voodoo Mademoiselle. De zang is sterk, het orgel prominent aanwezig, en het refrein is uiterst aanstekelijk. Six Holes and a Ghost begint rustig: het orgel zwelt langzaam aan, de sfeer blijft onderkoeld. Het nummer is een meerstemmig stukje melancholie, en bouwt de opgebouwde energie van Voodoo Mademoiselle goed af. Devil’s Due kent een sterke openingsriff, maar weet niet zo goed te boeien als de twee eerste nummers dat deden. De afwisselende dynamiek die er tussen Voodoo Mademoiselle en Six Holes and a Ghost was, mist bij dit nummer. Gelukkig maakt Crumbling Heart veel goed: een tandem van orgel en gitaar leidt het liedje in. Het nummer houdt er vervolgens de vaart lekker in, en kent een geweldig stukje orgelkunst tegen het einde.
The Only Thornless Rose vangt aan met een haast orkestraal stukje muzikaal spierballenvertoon, maar zakt in de coupletten weer terug naar een vertrouwder DeWolff – geluid. De bombast die zeker in het nummer aanwezig is, wordt voorlopig nog even gedoseerd toegediend. En dat smaakt prima. Het laatste ‘reguliere’ nummer op DeWolff IV is Nortbound, een heel fragiel beginnend nummer dat langzaam maar zeker opklimt tot een climax en vervolgens weer in zachte tonen eindigt. Het nummer wordt uitstekend gezongen door zanger en gitarist Pablo van Poel, die over de hele breedte van het album sterk zangwerk vertoont.
En dan is daar A Mind Slip. Nortbound voelt opeens aan als een soort adempauze, een rustmoment alvorens wij als luisteraars de twintig minuten durende muzikale Everest die A Mind Slip is moeten gaan beklimmen. En net zoals het uitzicht vanaf een bergtop is ook A Mind Slip indrukwekkend. Om de angstaanjagende lengte van A Mind Slip wat te verzachten, is het nummer in vijf delen opgedeeld. Deel 1, Devil on a Wire, laat er na een onheilspellende intro geen gras over groeien. Violen begeleiden het nummer, dat over het algemeen nogal tam aanvoelt. Black Hole Raga opent zéér psychedelisch, en zet een wat dreigendere toon neer dan Devil on a Wire deed. De progrock-knop van DeWolff gaat om, en het nummer dendert als een door strijkers begeleide monoliet door naar het derde deel van A mind Slip: Sixth Dimension Blues. Die zesde dimensie is blijkbaar heel Freaky, zeker voor mensen die niet weten hoe mal progrock in de jaren zeventig wel niet kon worden. Voor diegenen die zich afvragen hoe mal progrock in de jaren zeventig wel niet kon worden: zoek niet verder dan deel vier van A Mind Slip: Astral Awareness. Het nummer Echoes van Pink Floyd heeft overduidelijk als inspiratiebron gediend voor Astral Awareness. Dat, en de neiging van de Beatles om slecht verstaanbare gesprekken op de achtergrond van sommige van hun nummers te zetten. Het slecht verstaanbare gesprek op de achtergrond van Astral Awareness is overigens in het Frans. A Mind Slip eindigt lekker vuig met Vicious Times, een titel die de lading goed dekt. Maar DeWolff kon het blijkbaar niet laten, en sluit Vicious Times af via een typisch gezapig episch progrock-einde, met instrumenten die op een gegeven moment de ruimte in vliegen.
Vernieuwend
DeWolff IV is voor DeWolff zelf een vernieuwende plaat: nog nooit heeft de band zo proggy geklonken, en nog nooit hebben ze zo’n lang nummer op een van hun albums gezet. Dat ze bij het vernieuwen van hun sound leentjebuur hebben gespeeld bij bands die ergens in de vorige eeuw hun sound hebben vernieuwd, moeten we maar voor lief nemen. Want ondanks sommige zwakkere nummers en het knagende gevoel dat je dit al eens eerder hebt gehoord, klinkt DeWolff IV als een tierelier. Liefhebbers van ouderwetse hardrock en progrock kunnen hun hart ophalen: de geest van hun muziek leeft voort in de vorm van de jongelui van DeWolff.
Meer over DeWolff (inclusief cd demo!)






Pingback: The Kik – Springlevend (2012) | Muziek | OngeKUNSTeld