Werther Nieland is een boek. Het is een boek van een grote, dode en grote schrijver, Gerard Reve, en het gaat niet over een Werther Nieland. Het gaat over ene Elmer, en Elmer verveelt zich 91 pagina’s lang, en probeert vrienden te worden met Werther. Gelukkig verhuist Werther al gauw en is het boek voorbij. Dit schijnt een meesterwerk te zijn van de literaire meester, dat thuishoort in de literaire canon…
Verveling
Volgens mij is Werther Nieland een van die boeken die alleen door middelbare scholieren wordt gelezen, omdat het zo kort is en ze toch iets moeten lezen, waarna die scholieren massaal een hekel krijgen aan literatuur. Het klopt. Scholieren.com biedt ook een schat aan samenvattingen. Dat is bewonderenswaardig, want er valt weinig samen te vatten: er gebeurt namelijk helemaal niets in Werther Nieland. Dit verveelt ook de hoofdpersoon zo, dat hij maar andere vormen van vermaak gaat zoeken: clubs oprichten waarmee niets gebeurt, dieren mishandelen, zich ellendig voelen. Als lezer zit je van: I feel you, bro, want je verveelt je zelf ondertussen ook een ongeluk.
‘Meesterwerk’
Toch zijn er genoeg (hoog)leraren Nederlands die dit boekje de moeite waard vinden, en belangwekkend. Er bestaat een Gerard Reve Genootschap. Er zijn mensen geweest die haren en stukjes nagel van de beste man verzamelden. Dan moet er toch íéts schuilen in een van de meest bekende werken van Gerard Reve? Persoonlijk heb ik het niet kunnen vinden. Je moet er college over gehad hebben. Het schijnt heel gaaf te zijn dat Werther Nieland perfect vanuit het perspectief van een kind geschreven is dat van alles niet begrijpt. En de stijl van de verteller is erg bijzonder en knap.
Meer verveling
Ten slotte is de verveling, een van de motieven van het boek, op een geniale manier uitgewerkt, doordat het simpelweg erg vervelend is om dit werk te lezen. Meesterlijk, erg kunstzinnig. En onplezierig. Misschien is dit boek dus wel ware moderne kunst. (Al hoop ik dat ik moderne kunst dan verkeerd inschat.) Maar, dit boek is geen verhaal, er gebeurt niets. Lees het niet. Het is geen boek.







Een tijdje geleden kocht ik in Atheneum een uitgave van Werther Nieland, gebundeld met De Ondergang van de familie Boslowits. Vanochtend begon ik in de trein met het lezen van Werther Nieland en ik las het in één adem uit. Natuurlijk kan een gezonde portie subjectivisme geen kwaad als het gaat om het recenseren van boeken – de gustibus et cetera, maar de verveelde, arrogante, hoogdravende toon waarop de schrijver van bovenstaand stukje hautain gezwets denkt een novelle van een van Nederlands meest bewonderde schrijvers onderuit te halen, doet meer afbreuk aan zijn eigen reputatie dan die van Gerard Reve. De recensent behandelt de gebeurtenissen uit het boek niet, weet slechts middels pseudo-eclatante, pseudo-humoristische en pseudo-intellectuele one-liners zijn gal te spuwen en zou voor het fabriceren van zijn “kritisch” gedrocht net zo goed twee boekverslagen op scholieren.com gelezen kunnen hebben als het boek zelf, want uit werkelijk niets blijkt dat hij ook maar één letter heeft opgenomen.
De indruk die Hielke Vriesendorp maakt is die van een lezer die Werther Nieland opensloeg met de rotsvaste intentie zich te gaan vervelen en het lezen als een kwelling te ervaren. Uit deze houding vloeit dan ook voort dat de recensent elementaire vraagstukken rondom de novelle laat liggen; een gemiste kans voor iemand die zichzelf beschrijft als “zacht gekookt ei dat voor z’n studie allemaal boeken moet lezen”. Waarom heet de novelle naar Werther Nieland, die binnen het verhaal een bijrol lijkt te vervullen? Waarop berust dan de keuze van Reve om het verhaal vanuit Elmer te schrijven? Wat is er aan de hand met Werthers moeder, en hoe houden de kinderen van het gezin Nieland zich daaronder? Wat drijft Elmer, wat drijft Werther? Dat Werther zo heet is een onmisbare allusie naar Goethes Die Leiden des jungen Werthers, maar wat poogt Reve daarmee te bereiken?
Wil iemand voor een recensent doorgaan, dan is het buitengewoon wenselijk dat hij met nieuwsgierigheid een boek opent, zich soortgelijke vragen stelt en daarop een antwoord probeert te vinden – secundaire literatuur is daarbij geen overbodige luxe. Wanneer de nieuwsgierige lezer wil weten of hij een veelgeprezen novelle als Werther Nieland moet lezen, is hij helaas bij een zwart-wit denkende, hoog van de toren blazende, omhooggevallen nitwit als de vervaardiger van bovenstaande recensie aan een jammerlijk verkeerd adres.
Hartelijk dank voor de reactie. Als redactielid van OngeKUNSTeld sta ik ook daadwerkelijk anders in het idee van recenseren dan wellicht gebruikelijk is. Vermoedelijk komt ons verschil van mening daaruit voort. Ik verwacht namelijk van een boek, of van wat voor een kunstwerk dan ook, als eerste voorwaarde dat het onderhoudend is, plezierig is, of op een andere manier aangrijpend. Werther Nieland was hiervan in mijn ogen precies het tegenovergestelde. Tevens konden de diepere lagen en opgeroepen vragen, door professionals behandeld in college, voor mij niet maskeren dat het verhaal zelf strontvervelend was. Zo kon ik niet anders meer dan iedereen met klem af te raden aan Werther Nieland te beginnen.
“Maar, dit boek is geen verhaal, er gebeurt niets.” Geprikkeld door deze stellingname heb ik “Werther Nieland” na 17 jaar weer eens gelezen.
Het thema van dit verhaal is naar mijn idee, net als in ‘De avonden’, een onbestemd verlangen dat zich uit in een enorme verveling. De verveling wordt in de eerste alinea op fraaie wijze impliciet verwoord: “Op een woensdagmiddag in December, toen het donker weer was, probeerde ik een gootpijp aan de achterzijde van het huis los te wrikken; het lukte echter niet. Ik verbrijzelde toen met een hamer enige dunne takken van de ribesboom op een paaltje van de tuinheining. Het bleef donker weer.”
Het verlangen van de hoofdpersoon, Elmer, richt zich op zijn vriendjes Werther, Dirk en Maarten. Elmer wil verwantschap met hen voelen en contact met hen maken. Hij probeert dit te bereiken door gezamenlijk clubs op te richten, waarvan hijzelf de leider is. Elmer wil volledige controle uitoefenen over het gedrag van de leden. Als dit niet lukt valt hij ten prooi aan een gevoel van somberte en aan sadistische gevoelens, die hij uitleeft op dieren en planten (“plantenmartelingen”), over wie hij wel macht kan hebben. De terminologie die de ongeveer 10-jarige Elmer bezigt doet denken aan vooroorlogse communistische jeugdorganisaties (“de vijand”, “de spion”, “papieren leden”), een verband waar Gerard Reve in zijn roman ‘Oud en eenzaam’ uitvoerig op is ingegaan.
Reve beschrijft bijzonder knap hoe onmachtig Elmer is om inhoud te geven aan zijn clubs en om de schaarse leden aan zich te binden, bijvoorbeeld in de volgende passage: “Aan een tafeltje in de bovengang ging ik een programma opschrijven, dat als volgt luidde: ’1. Opening door de voorzitter. 2. De voorzitter groet de aanwezigen en legt het doel van de samenkomst uit.’ Hierna wist ik niets meer te bedenken.” Eenmaal vraagt hij in wanhoop zijn oudere broer om op een feestmiddag van de club (“er [viel] een stilte, die geen einde scheen te willen nemen”) mandoline te spelen. Deze weigert dit echter.
Een belangrijke rol is, net als in ‘De avonden’, weggelegd voor de seksualiteit. De moeder van Werther doet zich op een gedwongen manier jeugdig voor en probeert op die manier contact te maken met haar zoon en diens vriendje. Ze is daarbij seksueel nogal vrijpostig: “Werther ging [...] voort met mosselen op te prikken en op te eten. ‘Hun slurfjes zijn het lekkerst,’ zei hij en hield een mossel met een bleek, sliertig aanhangseltje omhoog. ‘Die eet ik het laatst op.’ ‘Is zijn slurfje het lekkerst?’ vroeg zijn moeder, die bij de keukendeur was blijven staan. ‘En eet jij dat op? Wat gemeen. Hoe zou jij het vinden als ik van jou het lekkerste opat?’ Ze glimlachte en snoof.”
De incestueze vrijpostigheid van Werthers moeder gaat gepaard met geestelijke instabiliteit. Aan het eind van het verhaal wordt ze door verplegers naar een wit busje geleid. Elmer is in tegenstelling tot Werthers moeder in het geheel niet vrijpostig. Hij is iemand die anderen, met name zijn vriendje Werther Nieland, begluurt. Hij wil achter het geheim van Werther zien te komen. Dit speuren naar een geheim is vermoedelijk de nieuwsgierigheid naar het verborgen wezen van de ander. Tot echt geestelijk, emotioneel of seksueel contact is Elmer echter niet in staat.
En inderdaad, zoals Hielke Vriesendorp in zijn recensie opmerkt, de stijl van de verteller is erg bijzonder en knap. De schrijver kruipt in de mythische belevingswereld van een kind en weet in de dialogen het taalgebruik en de soms onlogische redeneringen van kinderen raak te treffen, iets dat hij gemeen heeft met hedendaagse schrijvers als Erwin Mortier en Bart Moeyaert.
‘Werther Nieland’ is dus voor wie, om met Reve te spreken, niet geheel “symboolblind” is, een verhaal waarin onderhuids bijzonder veel gebeurt.
Opvallend om te zien dat de reacties zo uiteenlopen. Ik heb het boek zelf niet gelezen maar ik ben nu wel geïnteresseerd. Moet ik het nu wel of niet lezen?