Stel je voor. Je leeft in een wereld waarbij elk jaar een toernooi wordt gehouden tussen 24 kinderen tussen de 12 en 18 jaar. Het toernooi eindigt wanneer slechts één van de 24 over is. Die jongen of meisje mag naar huis, en de provincie waarin hij of zij woont krijgt een jaar lang zo veel voedsel als maar nodig is. Tot het volgende jaarlijkse toernooi dan.
Dit is de wereld waarin de film The Hunger Games zich afspeelt. Er wordt ingezoomd op Katniss, een meisje dat praktisch zonder haar ouders leeft sinds haar vader is overleden en haar moeder het leven psychisch opgaf. Ze wil niet doden, maar ze moet, want alle anderen proberen ook als enige overlevende uit de strijd te komen.
Déjà vu
De film maakt knap gebruik van verschillende aspecten van de huidige wereld. Het toernooi tussen de kinderen wordt uitgezonden op tv, en hevig gedramatiseerd en geïdealiseerd om het mooie plaatje, oftewel de kijkcijfers. Déjà vu; als je vandaag de tv aandoet zie je ook een al strijd in Benelux’ Next Top Model, Echte meisjes in de Jungle, Expeditie Robinson of Oh oh Cherso, noem maar op. Op zo’n manier geknipt en geplakt dat het leuk is om naar te kijken. De bizarriteit valt ons amper nog op, en The Hunger Games zet dit nog net een beetje aan.
Het toernooi is er, gezien de prijs, een om voedsel. De winnaar krijgt een jaar lang voedsel voor de provincie van herkomst. Déjà vu, wederom. Ook in de huidige wereld is er sprake van winnende provincies, en, vooral heel veel, verliezende provincies. Door middel van dealtjes, over politieke verandering in ruil voor steun, of olie en andere grondstoffen proberen de verliezende “kinderen” een beetje economie en daarmee voedselzekerheid te creëren, desnoods ten koste van het “leven” van de andere kinderen. Alles onder goedkeuring, zelfs dwang, van de welvarende krachten: het tv-publiek.
Publiek is afleidend
Dat publiek is, hoewel essentieel, wel het punt dat het minst overtuigend is uit de film. De filmmaker heeft geprobeerd een hypothetische schets te maken van een “toekomstig publiek”. Met blauwe haren, make-up voor mannen en high tech beenharsinstallaties. Nu is dit niet zo heel ver van ons bed: haarverven is al decennia mogelijk, mannen worden steeds vaker gespot met nagellak, en ook harsinstallaties zijn voorstelbaar. Toch leiden deze net iets te extraverte details af de werkelijke boodschap van de film. Een iets neutraler, wellicht menselijker, publiek had het meer een “joelend publiek” gemaakt in plaats van een “gek gekleurde groep mensen”. Door de nu gemaakte keuzes krijgt het publiek meer aandacht dan eigenlijk bedoeld, ten koste van de boodschap.
Stel je voor
Tussen dit alles door loopt een verhaallijn van liefde, tussen Katniss en een andere jongen in het toernooi. Niet om de liefde, maar om de show, en de kijkcijfers. En je betrapt jezelf als kijker op de sensatie die hieruit vloeit. Terwijl je WEET dat het nep is, als film, en als show in de film. Je bent als filmkijker net als het tv kijkende publiek in de filmwereld zelf. Knap staaltje filmmaken, en confronterend. Misschien is die “Stel je voor” uit de inleiding wel dichterbij dan je denkt.







