Wat maakt een schrijver een schrijver. Eenvoudig: het schrijven. Wat maakt een schrijver een goede schrijver? De Volkskrant snapt het in ieder geval niet.
De Grote Drie
Decennialang golden DE GROTE DRIE, je weet wel, Mulisch, Reve en Hermans, als de enige werkelijk tellende schrijvers in Nederland. Die drie pre-babyboomers stonden voor het summum van wat het schrijversvak maar te bieden had. In een tijdperk waarin literatuur nog echt Literatuur was. Met een hoofdletter L, en de airrrr van het woord literair.
Stel je eens voor. Enerzijds de crème de la crème van je literatuur, anderzijds schrijver zijn in een periode dat literatuur ook echt nog wat is. Daar moet je arrogant van worden, en ja dat waren ze ook. Van alle drie wordt de arrogantie nog steeds liefkozend “aantrekkelijk” genoemd.
Hype over De man zonder ziekte
Wat dat betreft zit er weinig verschil tussen deze zelfbenoemde heilige drie-eenheid en de, eveneens zelfbenoemde, vierde van het stel, Grunberg. Hij doet zo gek als je maar wilt om te laten zien hoe koopwaardig zijn boeken zijn. Heeft er wateren voor overgestoken met geiten, een heus eigen wijnmerk uitgebracht, en ook heel veel interviews af laten nemen. Grunberg staat bekend -zo heet die arrogantie nu- als marketeer, iemand die weet hoe hij zichzelf moet verkopen. Elk boek dat hij schrijft wordt al bij voorbaat een hype. Zelfs deze column, naar aanleiding van het nieuwste boek genaamd ‘De man zonder ziekte’, is er levend bewijs van. Grunberg is zo arrogant als de pest.
Grunberg: goede verkoper
Maar uiteindelijk maken goede verkoopcijfers een schrijver niet tot goede schrijver. Goede verkoopcijfers maken een schrijver een goede verkoper. Een goede schrijver is iemand pas als hij goed kan schrijven. Dan maakt het niet uit of je je boek, column of slogan daadwerkelijk uitgeeft of niet. De goedheid ervan zit erin vast, in de combinaties van letters die versmelten tot woorden. Omdat het zo pakkend is, of meeslepend, of gewoon heel erg waar. En dat is wat er nou juist bij Grunberg mist. Vooral bij zijn columns, wel te verstaan.
Voorpagina Volkskrant
Naar eigen zeggen probeert Grunberg niet voorspelbaar te zijn. De verwachtingen onderuit te halen. En inderdaad, je hebt geen idee wat je de volgende de Volkskrant, waar zijn column vast op de voorpagina staat, weer kunt verwachten. Beter gezegd, zelfs wanneer de krant al voor je ligt, heb je er nog geen idee van. De columns zijn werkelijk onbegrijpelijk, altijd quasi-filosofisch, alsof er wat uitgelegd wordt, maar wat nou precies dat snap je dan niet. En keer op keer zal het wel weer aan de lezer liggen, want schrijver Grunberg is zo populair, en tenslotte heeft niet iedereen zoals Grunberg even gymnasium gedaan. De voorspelbaarheid zit er daardoor helaas treurig diep in. Wat moet je ook, als je contractueel al 2 jaar lang elke dag diezelfde columnruimte hebt. Veel te hypen valt er dan niet meer. Met de vaste column heeft de Volkskrant Grunberg van zijn paradepaardje ontdaan.
Goede schrijver
Grunbergs boeken zijn heus leuk, de goede verkoopcijfers bestaan echt niet door niets. Maar dagelijks columns schrijven, dat kan Grunberg niet. Want ken jij iemand die zich gegrepen voelt door de woorden, meegesleurd, of ook er zelfs maar van denkt ‘dat klopt’? Want dát is nou precies wat die voorkant van de Volkskrant mist. De hyper, marketeer, verkoper Grunberg hebben ze. Voor de volle 100 procent. Nu de goede schrijver nog.








Viva la Volkskrant!