“Het was maar een droom”, hoor je vaak aan het einde van een kinderverhaaltje, of wanneer iemand net iets heel leuks of vervelends dacht meegemaakt te hebben. Hoezo het was MAAR een droom? Zijn dromen niet de helft van je leven of zo?
Willen vergeten
Alles moet altijd zo reëel mogelijk zijn. Het woord ‘onrealistisch’ heeft een negatieve bijklank, net zoals de het word ‘utopisch’ of de zin ‘droom maar lekker verder’. Je moet kijken naar je echte leven, en ’s ochtend zo snel mogelijk weer hard aan de slag. Wat je ’s nachts hebt gedroomd doet er niet toe, want dat was toch geen werkelijkheid. We vergeten het, en we willen het vergeten, want het doet er niet toe.
Gek onderscheid
Waarom we dat het strikte onderscheid maken tussen wakker en slaap is gek. Het is waar dat het leven van wanneer je wakker bent, cumulatief is, steeds verder gaat waar je de vorige keer bent geëindigd. Maar juist daarom zou slapen juist als leuke aanvulling gezien kunnen worden. Je kunt jezelf ermee verreiken, komen op plekken waar je in de ‘werkelijkheid’ nooit kan komen, juist vanwege het cumulatieve karakter ervan. Een geslaagde zakenman kan een keer ervaren hoe het leven als afgezonderde kluizenaar is, maar ook andersom.
Mateloos onderschat
Zonder strikt onderscheid zou het veel minder belangrijk worden om altijd maar bezig te zijn met je carrière of toekomst, bijvoorbeeld door middel van opleiding en bijbaantjes. Dat is immers maar de helft van je leven. Men zou zich gaan focussen op de helft in dromenland, door middel van bewuster dromen, onthouden wat je droomde, en dromen wat je wilt. Nooit meer wakker schrikken omdat je bijna werd opgegeten door een monster, maar ervoor kiezen bijna opgegeten te worden door een monster. Vanwege de levenservaring. En morgen weer iets anders, want dat kan gewoon. Dromen worden mateloos onderschat.






