Op zaterdag 21 april opende Gymnasium Haganum haar deuren voor het Haganum Festival, waar grote namen en onontdekt talent bij elkaar kwamen. Het festival was gebouwd rond het thema ‘Europa’. Klaarblijkelijk een verlokkend thema, want het was razend druk in de met regenboogkleuren verlichte gangen van het gebouw.
Aards
Haags tekenbeest Dennis Wijmer liet er geen gras over groeien en was al volop aan het schilderen toen ik aankwam. De thematiek nam hij zeer serieus. Hij koos alleen niet voor het continent Europa, maar voor het gelijknamige meisje. Hij vertelde dat hij het zo’n mooi verhaal uit de Griekse mythologie vond, over een jonge meid en een oude oppergod. Mooi? ‘Aards!’ corrigeerde hij zichzelf. En daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop. Wijmers werken zou je eveneens kunnen omschrijven als aards: het zijn begrijpelijke beelden voor iedereen, tekeningen in acryl met tekst waar nodig. Geen elitair gedoe. Of het mooi of lelijk is, of goed werk, dat is een ander verhaal. Later op de avond liep ik langs en hoorde ik een vrouw vragen: ‘Oooooo, mag je hier zelf tekenen?’ Ik bedoel maar.
Bier en beelden
Het woord aards zou ik willen doortrekken naar de rest van het festival. Het gymnasium is gevestigd in een imposant gebouw dat een rijksmonument is uit de neorenaissance, maar binnen stonden de goedkope bierblikjes in schril contrast met de classicistische standbeelden en muurschilderingen. Van tevoren dacht ik dat het festival een wat pretentieuze aangelegenheid zou worden door een vetgedrukte zin op de website: ‘Haganum, het festival dat over de kracht van het woord gaat.’ Bij mij begonnen er, met de thematiek in mijn achterhoofd, meteen allerlei vragen op te borrelen die waarschijnlijk wel aan de orde zouden komen, vragen over de nietigheid van een individu binnen het grote geheel dat Europa heet. Ik was benieuwd of ik van daaruit een vertaalslag zou kunnen maken naar de mensen die deel uitmaakten van het festival.
Even serieus
In de gymzaal van de school werd een scholierendebat gehouden over stellingen die met Europa van doen hadden. Deze waren duidelijk goed voorbereid. De leerlingen leken goed getraind en werden dan ook zeer serieus genomen door het publiek. Ik moest denken aan de site van het festival die ik van tevoren had opgezocht. Die doet, door de basisschoolkleuren en kinderachtige opmaak, wel heel erg af aan het niveau van het debat. Jammer, de scholieren waren wel een serieuzere lay-out waard. Een paar onbedoelde stotters hier en daar maakte dat ze prima aansloten op het door Wijmers aangedragen sleutelwoord.
Sfeerverlichting
Nog meer aardsheid rook ik toen ik gelijk na Paulien Cornelisse gebruikmaakte van het toilet. Dat was ook wel weer leuk, vooral omdat ze hierna op fantastische wijze voorlas uit haar nieuwste boek ‘En dan nog iets’. Dit deed ze bij het sfeervolle licht van een zaklampje. Ze was het lokaal binnengevallen met de vraag ‘Dit is al het licht, of niet?’ en daarna het droge commentaar: ‘Intiem’.
Podiumkunsten
In tegenstelling tot de meesten had Ernst Jansz van Doe Maar een podium bemachtigd in de aula van het schoolgebouw. Door deze conventionele opstelling was de discrepantie tussen artiest en publiek hier veel groter dan in de lokalen. Het was zeker de moeite waard naar zijn optreden te luisteren, maar juist de wisselwerking tussen toeschouwers en performers maakte de acts in andere lokalen vele malen boeiender.
Overmoedig
Peter Buwalda vertelde over zijn schrijfproces naar aanleiding van zijn bestseller ‘Bonita Avenue’. Hier was het opnieuw een meerwaarde dat het festival zich afspeelde in een middelbare school. Het klaslokaal waar hij optrad, was zo klein dat we, niet alleen door wat hij vertelde maar ook door de fysieke afstand, dichter bij de man achter het boek kwamen. Buwalda wist het publiek te vermaken maar toonde zich ook van zijn kwetsbare kant: hij vraagt zich bijvoorbeeld telkens af of een onderwerp dat hem fascineert ook daadwerkelijk interessant is voor een boek. Hierin liet hij al iets doorschemeren van zijn onzekerheid in de kiem van een project. Hij vertelde hoe overmoedig hij werd toen hij tijdens het schrijven ontdekte hoe hij een personage met een enkele pennenstreek in een ‘wiskundige’ kon veranderen. Een eerlijk en vermakelijk relaas van Buwalda.
Tegen de muur
Steven van Lummel vertelde over de weg die hij had afgelegd om kunstenaar te worden. Hij was het publiek zo erg aan het pleasen dat ik het eind van zijn verhaal niet heb afgewacht. Toen ik met hem naar de zogenaamde vipruimte liep, ontdekte ik echter dat hij een interessantere kijk op de dingen had dan ik aanvankelijk dacht. In dit voorname kantoor zat de directeur van de school achter zijn bureau. Van Lummel bevroeg hem over de ogenschijnlijk willekeurige positionering van de schilderijen van oud-directeuren aan de muur. Er ontstond een interessant gesprek over compositie. Dit was het enige moment op het hele festival waarop een bepaalde rangorde voelbaar was. Dat kan te maken hebben gehad met de nogal chic ingerichte ruimte.
En dan nog iets
Bij The Big Mo Cabaret liep het geen storm, maar de cabaretiers stonden zich flink uit te sloven. Ook bij de Poetry Slam waren de scholieren en dichters actief bezig: de woorden vlogen als kogels door de lucht. Dan Eefje de Visser, daar hoef ik niet veel woorden aan te wijden. Zij betoverde het zaaltje vol stinkende en zwetende bezoekers vanaf het eerste moment dat ze haar gitaar aanraakte. Haar spraakmakende teksten voorzagen de muziek van een zoet maar allesbehalve zoetsappig glazuur. Op weg van het ene naar het andere programmapunt kwam ik nog langs het zwarte minitheatertje van Lejo, de poppenspeler met houden ogen op zijn vingers. Dit decor was opgebouwd op de overloop van een trappenhuis met op de achtergrond een oude muurschildering. Gek genoeg kwam dit alles erg goed samen.
Verhoudingen
Als ik op het festival was gekomen zonder weet te hebben van een thema, dan had ik dat er waarschijnlijk niet uit gehaald. Dat is niet erg, maar ik vraag me wel af of het nodig was om alles binnen het overkoepelende thema Europa te willen scharen. Eigenlijk hadden de regenbooglampen nog meer een verbindende functie dan dit van te voren bedachte kernwoord. Stiekem denk ik dat het festival niet ging over Europa, maar over hiërarchische verhoudingen. Het was interessant te zien hoe op sommige plekken de scheidslijn tussen de massa en de grote namen vervaagde, hoe de posities wisselden, dan weer naast elkaar stonden om vervolgens hun plek weer te vinden. De entourage van het deftige schoolgebouw in combinatie met de sfeer van het festival zelf droeg daar aan bij.
Uitzending gemist
Ik ben heen en weer gerend van lokaal naar lokaal, toch heb ik een groot deel van het programma gemist. Arthur Japin was aanwezig, evenals de Meiden van Halal, Eva Meijer, Flux, Saskia Hendriks, Wim Brands, Simon en Laura Burgers, Gerrit Vennema, Floris Kappeyne en de Schotse Dichters. Ook de scholieren hebben nog talloze optredens gegeven. De overdosis aan programmapunten leverde her en der wat keuzestress op, zorgde ervoor dat er veel in en uit werd gelopen, dat dj Jacques de la Disque delen van de avond voor piet snot stonden te draaien en het bij de Stille Disco wel ijzingwekkend stil werd. Kortom: er was genoeg te zien en te beleven. Het was een zeer divers programma waarbinnen alle leeftijdsgroepen aansluiting konden vinden; laagdrempelig maar met de nodige ongedwongen opstapjes als je daar behoefte aan had.
Zie voor de website van het Haganum Website: www.haganumfestival.nl
Zie voor foto’s van het festival: www.annabelstorminorderof.wordpress.com







